Schilderijen Jan Strube

Jan Strube (Amsterdam, 1892 - Lies, 1985) was een Nederlands kunstschilder, die het grootste deel van zijn leven in Noord-Brabant heeft gewoond. Na de ambachtsschool, waar hij tot huisschilder werd opgeleid, volgde Strube de Quellinusschool; een schilder- en tekenschool die de voorloper was van de huidige Rietveld Academie.

Rond 1911 bezocht Strube voor het eerst Breda. Strube hield van de stad, van het Brabantse platteland en van de timmermansdochter Dina Bogers uit het kerkdorje Leur. In 1917 trouwde hij met Bogers. Het jonge paar vestigde zich in Amsterdam en kort daarna moest Strube onder de wapenen vanwege de mobilisatie. Hij werd gelegerd in het fort Kudelstaart bij Amsterdam en tijdens zijn militaire dienst kregen zij hun eerste dochter Greta. Na de mobilisatie werd Strube lid van de kunstenaarsclub De Onafhankelijken en later ook van Arti et Amicitiae.

In de vroege twintiger jaren verhuisde het echtpaar naar Brabant en vestigden zij zich in een houten huisje aan de rand van het Liesbos. Daar probeerde Strube het hoofd boven water te houden met zijn litho's, tekeningen en houtsneden. Na enkele jaren vertrokken zij weer naar Amsterdam, waar het culturele klimaat gunstiger was. Toch bleef Brabant hen trekken en na de geboorte van dochter Sonja, in 1927 in Amsterdam, kwamen ze terug in hun houten huisje, nu voorgoed.

Strube bezocht een aantal medekunstenaars (Gerrit de Morée, Dio Rovers en Paul Windhausen) om er de Bredase Kunst Kring mee op te richten. Strube werd een bekende figuur in en om Breda en kreeg steeds meer opdrachten. Hij werd vooral bekend vanwege zijn vele litho's met als onderwerp het Brabantse boerenleven. Maar ook de Grote Kerk van Breda, het Begijnhof en het haventje van Leur waren regelmatig terugkerende onderwerpen. Behalve de Brabantse en stadse tafereeltjes maakte Strube ook stillevens in olieverf. Als hij op 93-jarige leeftijd overlijdt laat hij een enorm oeuvre na.

Lees meer ...

Meer informatie over dit schilderij?
Neem vrijblijvend contact met ons op!